Dook de Graaf

Dook de Graaf
Voornaam Theodorus
Achternaam de Graaf
Geboortedatum 12 oktober 1922
Geboorteplaats Castricum
Overlijdensplaats Soldin
Overlijdensdatum vrijdag 1 september 1944

 

 

 

 

 

Dook maakte een andere keuze

Theodorus (Dook) de Graaf, geb. Castricum 12 okt. 1922, zoon van Pieter de Graaf Janszoon en Dirkje (Dit) Stuifbergen, woonde Schoutenbosch 1 te Castricum. Broer Jacobus (Jaap) en waarschijlijk ook Dook stonden op de namenlijst van 9 nov. 1942 voor tewerkstelling in Duitsland. Een speciaal hulppolitiecorps werd opgericht, bestaande uit fanatieke NSBers, om mannen op te sporen die zich aan de arbeidsinzet onttrokken. Door een plichtsgetrouwe politieagent Kees de Meester werden ze opgepakt en via Kamp Amersfoort werden zij gedwongen in Polen te gaan werken.

In een advertentie van 22 sept. 1945 vroeg onze R.K. pastoor inlichtingen omtrent: Theodorus de Graaf, laatste verblijfplaats Munschenborg (50 k.m. ten N. van Berlijn, sinds 18 Oct. 1944 niets meer vernomen en van Jacobus de Graaf was sinds 23 oct. 1944 niets meer vernomen.

Broer Jaap kwam in 1946 terug, hij was door de Russen gevangengenomen en had in de buurt van Riga gevangen gezeten.

Broer Petrus woonde op Schoutenbosch 28, hij deed 25 febr. 1946 een aanvraag tot opsporing van Dook, zijn laatst bekende adres in Nederland was, Heiligweg 53 in Krommenie. (evacuatie fam. de Graaf van 1 jan. 1943 tot 15 dec. 1943)

Op het burger dossier 4698 van het Nederlandse Rode Kruis van 29. juli 1946 staat dat Dook van beroep landarbeider, als onderduiker op 13 nov. 1943 op de Oude Dijk te Heemskerk (nr. 16 adres van zus, Geert de Ruijter) wegens het niet melden voor de arbeidsinzet werd opgepakt. Via Kamp Amersfoort werd hij en broer Jaap in april 1944 naar Hamburg vervoerd en vandaar naar Müncheberg-Mark bij Berlijn. Zij waren ingeschreven als SS Frontarbeiders.

13 Juli 1946 deed Petrus de Graaf een 2e verzoek, het dossier 4698 werd omgenum-merd naar 87886 en gedateerd op 1 dec. 1947. Het geeft verder weer; dat Dook gedwongen ingedeeld was bij het korps 'Ned. Oost Compagnie' als SS frontarbeider, laatst bekende standplaats Müncheberg-Mark, 11 Aug. '44, Feldpost 39764B Lager Tomborn, Kirchen of Lazaret.

Volgens het bevolkingsregister van Castricum is Theodorus op 29 jan. 1948 naar Duitsland vertrokken en op het blad van zijn moeder staat dat hij op die datum naar Amsterdam is overgeschreven.

Theodous (Dook) de Graaf wordt in 2010 nog steeds vermist, ik heb inmiddels een Vermisstendatum: 01.09.1944 en 5 plaatsen in Polen in de Woiwodschap: West-Pommeren:

    Poolse plaatsnaam:    oud Duitse naam:

    Myślibórz                   Soldin

    Trzcińsko Zdrój          Bad Schönfließ

    Barnówko                  Berneuchen

    Dębno                       Neudamm

    Rów                           Rufen

 

In september 1944 heerste er in West Polen door de terugtrekkende Duitse troepen een grote gaos. Vermist wil zeggen dat hij gisteren nog wel is gezien maar daarna niet meer.

In het namenboek op de Duitse oorlogs begraafplaats, voor Duitse soldaten en burgers van de tweede wereldoorlog te Stare Czarnowo-Szczecin / Neumark staat Theodorus de Graaf, * 12.10.1922 vermisst 1.9.1944 te Soldin / Bad Schoenfliess.

Op deze Duitse begraafplaats liggen rond de 15.000 oorlogsdoden uit deze omgeving herbegraven, waarvan c.a. 60 % niet is geïdentificeerd.

    Vermoedelijk is Dook hier na 1989 als Unbekennte boddy als persoon van de groep herbegraven.

In 2013 vertelde het N.R.K. Oorlogsnazorg, dat er na de oorlog onderzoek is gedaan naar Dook zijn lot. Twee kamaraden hebben verklaard dat ze (een groep SS Frontarbeiders) begin 1945 bij Soldin door de Russen zijn omsingeld. Hierna is niets meer van van Theodous de Graaf vernomen.

Bron: Ton de Groot Castricum