Taeke van Popta

Taeke van Popta
Voornaam
Achternaam van Popta
Beroep Gepensioneerd Schoolhoofd
Geboortedatum 7 januari 1882
Geboorteplaats IJlst
Overlijdensplaats Oranienburg, Sachsenhausen
Overlijdensdatum zondag 21 januari 1945

 

 

 

 

 

Foto van Taeke van Popta. Bron wwwOGSnl

 

Op facebook schreef Eric Hartendorf het onderstaande over Taeke van Popta op 21-10-2016. Bron: Familie Bruinsma.

In mei 1912 werd hij benoemd tot hoofdonderwijzer van de Groen van Prinsterer School (Christelijke School voor Lager Onderwijs en M.U.L.O.) te IJmuiden. In de tweede helft van augustus 1912 verhuisde het gezin naar Noord-Holland en vestigde zich op het Koningsplein 2 te Velsen. De Groen van Prinsterer School was een nieuwe school en opende op zondag 1 november 1912 haar deuren. De M.U.L.O. was er toen nog niet, die zou pas in 1919 gestart worden. Taeke zou er ruim 30 jaar als hoofdonderwijzer werkzaam zijn. De Haarlemsche Courant zou vele jaren later schrijven dat “het bestuur met hem een zeer gelukkige keuze had gedaan, zoodat de school tot grooten bloei kwam”.

In maart 1914 was hij een van de mede-oprichters van de Christelijke Zeemansbond in Nederland. Deze organisatie was in eerste instantie bedoeld om werkstakingen in het vissersbedrijf te voorkomen. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog echter zou het karakter van de bond veranderen. Want hoewel Nederland neutraal bleef in die oorlog, werden veel Nederlandse vissers in Engeland vastgehouden. Dus toen de bond in 1916 te Katwijk bijeen kwam, zat de zaal stampvol verontruste vissersvrouwen. Taeke, als voorzitter van de Zeelieden-Bond (zoals het toen genoemd werd), leidde de vergadering, waar onder andere een telegram aan Hare Majesteit de Koningin werd opgesteld: Honderden Katwijksche visschersvrouwen, onder leiding van den Chr. Zeelieden-Bond in vergadering bijeen op 3 Augustus, in de Gemeentezaal te Katwijk aan Zee, brengen eerbiedig onder de aandacht van Uwe Majesteit, dat zij met groote zorg vervuld zijn over het lot van haar mannen, zonen en broeders, die onrechtmatig in Engeland vastgehouden worden, terwijl de gezinnen alle inkomsten moeten derven.

En toen kwam de oorlog. Op vrijdagochtend 10 mei 1940, 03.55 in de nacht, viel het Duitse leger ons land binnen. Vijf dagen later was alles voorbij en was Nederland bezet. Zeker voor een overtuigd christen als Taeke moeten de Nazi waanbeelden een gruwel zijn geweest. Eind augustus 1940 mochten er geen joodse ambtenaren meer benoemd worden en in oktober van datzelfde jaar werden alle joodse ambtenaren ontslagen. Taeke was zeer verbolgen over deze maatregel en schroomde niet dit in brieven aan verschillende schoolbesturen duidelijk te maken. Taeke verhief zijn stem waar hij maar kon. Zo plaatste hij in augustus 1940 een artikel in de IJmuider Kerkbode waarin hij onder andere schreef:

“Er is een volksgroep, die we het best kunnen vergelijken met een gestrand schip. Dat is de N.S.B. De kapitein heeft indertijd een koers gekozen zonder in te zien waar die heen leidde. Hij is de koers trouw gebleven; hij is zichzelf en zijn land ontrouw geworden. [.] Toen de oorlog dreigde, zeide de heer Mussert: “Wij gaan met de armen over elkaar zitten.” En het is blijkbaar met de N.S.B. nog tot erger dingen gekomen.”

In diezelfde maand werd zijn toespraak belachelijk gemaakt in de N.S.B. krant Het Nationale Dagblad. “Gij zult geen valsch getuigenis geven” schijnt niet meer tot de tien geboden van dezen predikant te behoren,” hekelde deze krant. Het betekende dat Taeke al vroeg in de oorlog bij de N.S.B. bekend was. Tussen alle bedrijven door werd hij een van de leraren van de Handelsavondschool. In juni 1942 maakten meerdere kranten melding van het feit dat Taeke met pensioen ging. T. van Popta gaat heen, kopte de Haarlemsche Courant wat ongelukkig. Diezelfde krant hoopte dat hij van “een welverdiende rust” mocht genieten en schreef dat “den heer Van Popta een der bekendste en vooraanstaandste onderwijsmannen hier ter plaatste” was geweest. Op zaterdag 1 augustus 1942 verhuisde het gezin naar Santpoort, waar ze in de Molenstraat 21 gingen wonen.

Precies om middernacht, in de nacht van maandag 16 op dinsdag 17 januari 1944, werd er op hun adres in Santpoort aangebeld. Voor en achter het huis stonden politie-agenten. Ze doorzochten het huis, op zoek naar belastende papieren. De mannen gedroegen zich netjes, maar Taeke moest wel mee voor verhoor. Hij werd afgevoerd en opgesloten. Er waren valse pasjes en vergunning in omloop die toegang gaven tot afgeschermde gebieden langs de kust, en Taeke werd erover aan de tand gevoeld. Hij had niets met deze kwestie te maken, schreef hij naderhand, maar hij had geen idee hoelang hij in gevangenschap zou doorbrengen. Op dat moment dacht hij dat hij minimaal een half jaar achter de tralies zou blijven. In zijn cel zong hij psalmen en hymnen en de gevangenen in de aangrenzende cellen zongen mee. Op vrijdag 20 januari werd hij uit zijn cel gehaald en naar huis gestuurd. De nachtmerrie was voorbij. Voor even.

Op vrijdag 5 mei 1944, om 11.30 uur in de ochtend, werd Taeke voor de tweede maal gearresteerd en opgesloten in cel J op het politiebureau te Velsen. Er zijn twee versies in omloop van wat er vervolgens gebeurde. Zo is de versie van Taeke’s kleinkinderen dat hij werd opgepakt omdat er ergens belastende documenten waren gevonden die in zijn handschrift geschreven leken te zijn. Er werd zelfs gesuggereerd dat hij de drijvende kracht achter het illegale blad Trouw zou zijn. Taeke had de documenten echter niet geschreven en ook was hij niet de man achter de illegale krant. Net als bij zijn eerste arrestatie was hij onschuldig. Hij werd een aantal keren verhoord en uiteindelijk werd ook ene Jan Bothof (de waarschijnlijke auteur van de belastende documenten) in Den Haag opgepakt en naar Velsen overgebracht. Taeke was zich direct bewust van het gevaar, want Jan Bothof was actief betrokken in de verzetsbeweging van de Protestants Christelijke Scholen. Als Taeke zou blijven ontkennen dat hij de documenten geschreven had, zou Jan Bothof wel eens verhoord kunnen worden. Mocht die laatste doorslaan, dan zouden alle leden van de verzetsgroep gearresteerd kunnen worden. Taeke aarzelde niet en bekende schuld. Jan Bothof zou de laatste persoon in Nederland zijn die Taeke de hand zou schudden. Zoals hij later verklaarde was hijzelf diep geroerd toen hij afscheid van Taeke nam. Maar Taeke leek volledig in zijn lot te berusten en vol goede moed en ongebroken stapte hij de isoleercel binnen. Dat is de eerste versie. De tweede komt van Taeke’s schoondochter die in 2008 verklaarde dat Taeke (en de hele familie) wel degelijk actief bij het verzet betrokken was en middels brieven met de andere leden communiceerde. Deze brieven bewaarde hij in huis. De NSB tipte de Duisters over Taeke en dus vielen ze in mei 1944 zijn huis binnen en vonden de brieven. In deze versie komt Jan Bothof dus helemaal niet voor. Welke van de versies ook juist is: op dinsdag 9 mei 1944, om 14.30 uur in de middag, werd Taeke overgebracht naar de Eureterpestraat in Amsterdam en overgedragen aan de Sicherheitspolizei. Daar werd hij nogmaals ondervraagd en op vrijdag 19 mei werd hij overgebracht van Amsterdam naar Kamp Vught.

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, werd Kamp Vught ontruimd. Duizenden gevangenen werden de veewagons ingejaagd. De mannen werden naar Sachsenhausen gedeporteerd, de vrouwen naar Ravensbrück.

Taeke overleed op zondag 21 januari 1945 aan dysenterie in kamp Sachsenhausen. Dat is de officiële versie, die we bijvoorbeeld op de persoonskaart vermeld zien “blijkens uit eigen wetenschap gedane verklaring van een mede-gevangene.” In het Dodenboek van Sachsenhausen (na de oorlog opgesteld) komt zijn naam ook voor, maar daar staat genoteerd dat hij op zaterdag 13 januari 1945 zou zijn gestorven. Dat is dus onjuist. Ondanks dat zijn laatste brief in het Duits geschreven was, werd deze pas op zaterdag 17 februari 1945 vanuit Sachsenhausen naar Nederland gestuurd. De brief kwam op donderdag 8 maart 1945 in Santpoort aan, bijna twee maanden na zijn overlijden. Sara wist dat uiteraard niet en zal in eerste instantie enorm blij met de brief geweest zijn. Maar daarna bleef het stil en zou ze maandenlang in totale onzekerheid verkeren. Haar brieven bleven onbeantwoord en misschien heeft ze zich wel vastgeklampt aan de hoop dat hij andermaal naar een ander kamp was overgebracht. Tussen angst en beven, week in, week uit. Pas op zondag 3 juni 1945, dus vijf maanden na zijn dood en bijna een maand na de bevrijding, zou ze te horen krijgen dat haar man was overleden. Alle pogingen om zijn graf te lokaliseren liepen op niets uit. Taeke van Popta overleed 14 dagen na zijn 63e verjaardag.

De schok van Taeke’s overlijden zou nog jaren na de oorlog nawerken in IJmuiden en omgeving. Zo werd de Groen van Prinsterer School in 1950 heropend. Oud leerlingen, collega’s, vrienden en zelfs gewone burgers zamelden geld in voor een gedenksteen die in de school geplaatst zou worden. Het benodigde geld kwam er en de steen werd gemaakt. Bij de heropening van de school, en onder grote belangstelling, onthulde weduwe Sara Regina Bruinsma op zaterdagmiddag 11 maart 1950 de gedenksteen. De tekst luidde:

Ter herinnering aan Taeke van Popta, die als eerste hoofd deze school 30 jaar, van 1912-1942, zeer toegewijd heeft gediend; onwrikbaar in zijn geloof en trouw aan zijn beginsel stierf hij in 1945 als gevangene in Duitsland

Een aantal jaren later werd er een plantsoen in IJmuiden naar hem vernoemd. Het plantsoen met zijn naam bestaat nog steeds.
(bron: Fam Bruinsma)

 

Genealogische gegevens.

Taeke huwde Franekeradeel 26-08-1909 Sara Regina Bruinsma, geboren Midlum, Franekeradeel 24-07-1882, overleden Velsen 08-08-1959.

De ouders van Taeke zijn Wiepke Eiberts van Popta gehuwd met Elisabeth Wynia.